Print-vriendelijke versiePDF versie

Tekst Grootte

+A -A

Bevalling

Normale bevalling

  • Bij opname op de verloskamer zal er eerst een CTG of monitor gebeuren om het welzijn van de baby te controleren en de weeën te registreren. Tevens zal de vroedvrouw of de arts een inwendig vaginaal onderzoek uitvoeren om te ontsluiting te meten.
  • Vaak zal ook een klein lavement geplaatst worden om de darmen te ledigen. Bij elke vrouw in arbeid wordt een infuus geplaatst om indien nodig medicatie te kunnen toedienen.
  • De bevalling begint meestal met de periode van weeën (de arbeid). Een wee of een contractie is een pijnlijke samentrekking van de baarmoeder waardoor de baarmoederhals dunner wordt (verstrijking) en open gaat (ontsluiting).
  • U kan gebruik maken van het bad, de douche of de relaxatiebal om de pijn te bestrijden. Ook kan een epidurale verdoving (ruggeprik) geplaatst worden als pijnstilling. Hierbij plaatst de anesthesist een dunne katheter tussen de ruggenwervels waarlangs een constante dosis verdoving door een pijnpomp wordt gegeven.
  • Tijdens de arbeid wordt regelmatig de monitor aangelegd om het welzijn van de baby te controleren, ook zal de vroedvrouw regelmatig een vaginaal onderzoek uitvoeren om de ontsluiting te beoordelen.
  • Als u 10 cm ontsluiting heeft en persdrang, kan u onder begeleiding van de vroedvrouw en de gynaecoloog persen. Als u een epidurale verdoving heeft, treedt deze persdrang vaak niet op. Dan wordt er nog enkele uren de spontane indaling van het hoofdje van de baby afgewacht vooraleer u kan persen.
  • Soms zal de gynaecoloog een klein knipje plaatsen om het hoofdje gemakkelijker te laten geboren worden. In uitzonderlijke gevallen moet soms een ventouse (zuignap) of verlostang gebruikt om de baby te laten geboren worden.
  • Na de geboorte wordt de baby op de buik van de moeder gelegd. Indien gewenst kan de vader de navelstreng doorknippen. Nadien worden de eerste zorgen aan de baby toegediend. De vroedvrouw zal het gewicht, de lengte en de schedelomtrek van de baby meten. Ook wordt een spuitje met vitamine K in het bovenbeentje van de baby gegeven om de bloedstolling te verbeteren.
  • Na de bevalling blijft u nog een 2-tal uren op de verloskamer. De vroedvrouw zal regelmatig het bloedverlies nakijken. Als de epidurale verdoving uitgewerkt is, kan u een douche nemen. Hierna wordt u naar de kraamafdeling gebracht.

Inleiding of inductie

Een inleiding wil zeggen dat de weeën kunstmatig worden opgewekt. In principe gebeurt dit enkel omwille van medische redenen. De wijze en het tijdstip van inleiding is afhankelijk van de baarmoederhals. Dit kan gebeuren door het plaatsen van een tablet in de vagina, door het plaatsen van een ballonnetje in de baarmoederhals, of door het breken van de vliezen.

Keizersnede of sectio

  • Een keizersnede is een operatie waarbij de baby via de buikwand geboren wordt. Vaak is een keizersnede gepland omwille van een verkeerde ligging van de baby of een medische reden. Soms kan er besloten worden een keizersnede te doen als je al in arbeid bent. Dit kan gebeuren omdat de arbeid niet vordert of omdat het welzijn van de baby bedreigt wordt.
  • Een keizersnede wordt steeds verricht in de operatiekamer. Meestal gebeurt een keizersnede onder rachi of spinale anesthesie. Hierbij spuit de anesthesist een verdoving tussen de ruggenwervels waardoor je onderlichaam volledig verdoofd is. U bent dan wakker en uw partner kan ook aanwezig zijn tijdens de keizersnede.
  • Na de geboorte wordt de baby nagekeken door de kinderarts en nadien aan de moeder getoond. Vervolgens gaat de baby samen met de papa naar de verloskamer voor de verdere verzorging. Zodra de keizersnede afgelopen is, wordt de moeder ook meteen weer terug naar de verloskamer gebracht.

Wie meenemen

  • Er mag 1 persoon bij de bevalling aanwezig zijn, meestal is dit de partner. Dit mag ook een ander familielid of vriendin zijn, maar er mag niet worden gewisseld.
  • Op de verloskamer is geen bezoek toegelaten.

 

webdesign: joumani.be

Comments